We nodigen mensen uit om een blog te schrijven over wat voor hen Luisterend Leiderschap is. Dit blog is van Guido Rijnja, adviseur communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst.

In de zaal vol collega’s, vrienden en familie houdt een promovendus haar lekenpraatje. Dwars door alle zinnen over leiderschap in crisissituaties heen licht een conclusie op. Als een danspasje hoor ik: hoe maak je van een ikje een wij? Zei ze het letterlijk? Ze vertelt over de natuurlijke, vaak fysieke reactie om bij kritiek de aandacht eerst te vestigen op wat er binnen jou gebeurt: de angst, de twijfel en misschien ook schuld of schaamte. Allemaal heel begrijpelijk, vertelt de bijna-doctor, om dan haar betoog te vervolgen over des poedels kern: hoe slaag je erin om als leider de aandacht weer naar buiten te slingeren en je open te stellen, te luisteren en ‘gemeenschappelijk te maken’, ze bekwaamt zich immers in de communicatiewetenschappen.

Wacht even, dacht ik toen, dit gaat me te snel. Die ongemakkelijke kracht van binnen zou wel eens een heel productieve call to action kunnen zijn. Hoe kun je present zijn en luisteren als het van binnen rommelt? Komt het er in kritieke situaties niet op aan om eerst van binnen ruimte te vinden? Wie dan de plek der moeite kan vinden en betreden, las ik later bij André Wierdsma, kan mogelijk de rust vinden om die flappers aan de buitenkant hun werk te laten doen. Maar ja, hoe beklemmend kan het zijn, als je daar als leider staat en de aanvechting voelt de boel bij elkaar te houden en nieuw perspectief te helpen vinden?

Sinds die openbare verdediging enkele jaren terug maak ik steeds bewuster de weg van buiten naar binnen. Eerst dacht ik dat ik het vooral in mijn hoofd kon zoeken, maar ja, soms kun je er met je hoofd niet bij. Ik vind vaker ruimte voor wat er in en rond mijn hart zich aandient. En durf af en toe gewoon te vertrouwen op mijn buik. In de drieslag hoofd, hart en buik herken je mogelijk ook de Aristoteliaanse opbouw van logos, pathos en ethos, die ik altijd maar vertaal met: klopt het, komt het goed over en deugt het (en doet het deugd)? En ik weet nog hoe dat voelde (…), toen ik me realiseerde: dat binnenluisteren gebeurt bij mij, maar natuurlijk ook bij die ander, bij iedereen. Bij die gang naar binnen hoort dat je door argumenten heen gaat zoeken naar wat iemand beweegt: de belangen die er toe doen en, daaronder, de waarden: dat, wat je voor het goede houdt. In ‘Halte ongemak’ verken ik met Els van der Pool wat ‘waarderend communiceren’ vermag, (zie www.dewaardering.com). Die gelaagdheid door-zien – volgens Daniel Bohm de letterlijke vertaling
van het begrip dia-loog – begint dus bij jezelf. Dat oogt misschien wat ego-centrisch in een tijd waarin zoveel wordt gerept over je verplaatsen in de ander. Maar dan denk ik aan de Joods-Franse filosoof Emmanuel Levinas. Ik word ik in het aanzien van de ander, schrijft hij ergens: als ik de Ander in het Gelaat zie (de hoofdletters zijn typerend in het werk van Levinas) vergroot ik de kans dat ik iets leer over wie ik ben en wat ik in jouw ogen beteken.
Ik haal dat wederzijdse karakter van het naar binnen slaan naar voren, omdat het me steeds weer fascineert hoe bij een crisis de ene leider voor de camera uit de losse pols toont dat zij of hij snapt wat er toe doet, verbinding kan maken en mededeelzaamheid weet te creëren, en de ander stuntelend blijft hangen in een statement. Dan vraag ik me af: wat gebeurt er in die mensen, hoe staat het met hun binnenluistervermogen? Soms lees je het gewoon van de bekkies af: die burgemeester, bewindspersoon of CEO is te snel met de buitenwereld bezig. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman zou zeggen: systeem 1 – ons snelle brein, met de emotionele reactie – wint het weer van systeem 2 – de kunst van het vertragen, om de rede z’n werk te laten doen. Laat de verwarrende waarneming even toe, zou Spinoza zeggen, en gun je dan de toets van de rede.

Hoe maak je van een ikje een wij? Gun je de ruimte en de tijd voor de slag naar binnen, erken het ongemak, en expliciteer die twijfel over wat zich aandient. ‘Cogito ergo sum’, zeggen veel mensen Descartes na. Minder bekend is wat hij daarvoor schreef: ‘Dubito, ergo cogito, ergo sum’: ik twijfel, dus ik denk, dus ik besta. Moet je zien hoeveel luister je bijzet als je naar zelf luistert.